Als u een houtopstand (meestal een boom) wilt kappen, moet u een
omgevingsvergunning hebben. Van kappen kan ook sprake zijn als er
zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld het verwijderen van de
kroon uit een boom. Alleen de eigenaar van een boom kan een
omgevingsvergunning aanvragen (of moet daarvoor toestemming geven).
Voorwaarden
Het kappen van een boom kan noodzakelijk zijn als:
De boom een gevaar vormt;
De boom zon en zicht wegneemt;
Het vanuit het oogpunt van onderhoud wenselijk is dat de boom
wordt gekapt (bijvoorbeeld om andere bomen meer ruimte te
geven).
Voorwaarden
De gemeente kan aan de vergunning bepaalde voorwaarden
verbinden, zoals
Een herplantplicht. De gemeente kan tevens een termijn stellen
waarbinnen moet worden voldaan aan de herplantverplichting;
Een bezwaartermijn van zes weken. In de meeste gemeenten wordt
de verlening van omgevingsvergunningen openbaar bekend gemaakt,
zodat belanghebbenden bezwaar kunnen maken. De gemeente kan dan
alsnog besluiten de vergunning niet te verlenen.
In geval de houtopstand onder werking van de Boswet valt, moet
het kappen worden gemeld bij LASER: de Dienst Landelijke service
bij regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie.
Weigeringsgronden
De redenen op grond waarvan de gemeente een vergunning kan
weigeren, zijn
De natuurwaarde van de houtopstand;
De landschappelijke waarde van de houtopstand;
De waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
De beeldbepalende waarde van de houtopstand;
De cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
De waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning zal de gemeente de
belangen bij handhaving van de te kappen houtopstand moeten afwegen
tegen de belangen bij verwijdering. Dit kan ertoe leiden dat een
waardevolle boom toch gekapt wordt indien bijvoorbeeld de boom
dreigt om te waaien.
Kosten
De kosten worden omschreven in de geldende tarieventabel,
behorende bij de legesverordening. Een link naar de
legesverordening staat onder bijzonderheden.
U doet de vergunningcheck via het omgevingsloket op de
website van het ministerie van VROM, om te zien of u een
omgevingsvergunning nodig heeft.
Als u een vergunning nodig heeft, dan kunt u deze via dezelfde
module ook digitaal aanvragen. U heeft daarvoor wel uw Digid
inlogcode nodig.
U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat kan
de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de
rijksoverheid.
Meestal is overleg nodig met het bevoegd gezag: een
omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk.
Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning
meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning
krijgt).
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar
maken.
Het is ook mogelijk de vergunning via een formulier bij de
gemeente aan te vragen. Vanaf 1 oktober 2012 zijn
bedrijven echter verplicht om de aanvraag digitaal in te dienen via
het omgevingsloket.
procedure
Er kan sprake zijn van een reguliere of een uitgebreide
voorbereidingsprocedure (afhankelijk van de complexiteit van de
aanvraag). Voor de reguliere voorbereidingsprocedure geldt een
doorlooptijd van 8 weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking
van het besluit) en kan met 6 weken worden verlengd. Voor de
uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 6
maanden met een mogelijke verlenging van 6 weken. Het bevoegd gezag
geeft vooraf aan van welke van de twee proceduretypen er sprake
is.
Meer informatie
U kunt tijdens openingstijden op werkdagen contact opnemen
met de gemeente.