Zoals de naam al zegt, worden de onroerende-zaakbelastingen geheven over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken.
Het gaat om twee belastingen: een gebruikersbelasting en een eigenarenbelasting. Overigens wordt deze eigenarenbelasting niet altijd aan de eigenaar opgelegd. Ook degene met bijvoorbeeld een recht van erfpacht, opstal, gebruik en bewoning, of een ander zakelijk recht op de onroerende zaak kan belastingplichtig zijn. Een eigenaar die tevens gebruiker is van de onroerende zaak wordt voor beide onroerende-zaakbelastingen aangeslagen, met uitzondering van woningen.
OZB gebruik bedrijfswoning
Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen en wordt dus niet in rekening gebracht voor woningen. Ook wanneer een onroerende zaak deels woning en deels niet-woning is (bijvoorbeeld een bedrijf met een woongedeelte), wordt het gebruikersdeel van de OZB niet voor de woning opgelegd. De waarde van het woongedeelte wordt dan uit de totale WOZ-waarde gehaald.
Het gebruikersdeel van de OZB wordt in die gevallen dus op basis van een lagere waarde opgelegd. Een voorbeeld ter verduidelijking: een agrarisch bedrijf heeft, inclusief de woning, een WOZ-waarde van € 300.000,-. Van deze waarde kan € 100.000,- worden toegerekend aan de woning. De aanslag OZB-eigendom zal nu worden opgelegd op basis van de totale waarde van € 300.000,- en de aanslag OZB-gebruik op basis van een waarde van € 200.000,-.