Heeft u woonruimte leeg staan en wilt u deze tijdelijk verhuren
zonder dat de huurder aanspraak kan maken op alle
huurbeschermingsbepalingen? Dat kan: u heeft hiervoor wel een
vergunning van de gemeente nodig.
Voorwaarden
U kunt op grond van de Leegstandswet (artikel 15) woonruimte
tijdelijk verhuren. Dit geldt niet voor alle woningen en gebouwen.
Het kan alleen als:
de woonruimte te koop staat en
nog nooit bewoond is geweest, of;
de eigenaar er zelf in heeft gewoond in de 12 maanden voordat
de woning leeg kwam te staan, of;
slechts 3 jaar verhuurd is geweest in de periode van 10
jaar voordat de woning leeg kwam te staan.
het gaat om woonruimte in een voor sloop of renovatie bestemde
huurwoning.
het gaat om woonruimte in een gebouw dat in afwachting is van
een andere bestemming en nu bestemd is voor:
groepsgewijze huisvesting;
verzorging of verpleging (ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en
dergelijke);
logiesverschaffing (hotel, pension en dergelijke);
administratie en/of onderwijs (kantoor of schoolgebouw).
Om de woonruimte tijdelijk te kunnen verhuren heeft u een
vergunning nodig van de gemeente. Deze vergunning geldt maximaal 2
jaar en kan op verzoek door de eigenaar/verhuurder jaarlijks worden
verlengd tot een maximum van 5 jaar.
De vergunning
De gemeente toetst uw aanvraag aan de hand van de criteria van
de Leegstandswet, maar de gemeente kan ook toetsen aan haar eigen
beleid.
De gemeente geeft in haar vergunning de maximale huurprijs aan,
waaraan u zich als verhuurder moet houden, tenzij het een woning
betreft die boven de maximale huurgrens
ligt (vrijesectorwoning).
De huurovereenkomst
U moet een schriftelijke huurovereenkomst met de huurder
opstellen, waarbij de volgende bepalingen zijn opgenomen:
De opzegtermijn van de verhuurder is 3 maanden of langer.
De opzegtermijn voor de huurder is 1 maand of korter.
De huurovereenkomst duurt tenminste 6 maanden.
De overeengekomen huurprijs met een maximum van de huurprijs
die de gemeente heeft vastgesteld en heeft opgenomen in de
vergunning (geldt niet voor vrijesectorwoningen).
Indien van toepassing de regels in de plaatselijke
huisvestingsverordening, waaraan de huurder moet voldoen.
Aanvragen
Om een vergunning te kunnen aanvragen, dient u het volgende te
doen:
U vult het aanvraagformulier in.
U stuurt het formulier naar de gemeente waar de woning zich
bevindt.
De gemeente toetst de aanvraag aan de hand van de criteria uit
de Leegstandswet en mogelijk ook het eigen beleid.
De gemeente neemt een beslissing waartegen geen bezwaar- of
beroepsmogelijkheid bestaat.
U krijgt al dan niet een vergunning voor de periode van
maximaal 2 jaar. Verlenging is mogelijk tot een maximale
termijn van 5 jaar.
Aan de hand van de bepalingen in de vergunning stelt de
verhuurder de huurovereenkomst op.
Aan het eind van de periode kunt u verlenging
aanvragen.
Verder moet u beschikken over de volgende gegevens en
documenten:
Ingevuld aanvraagformulier.
Geldig identiteitsbewijs.
Bewijs van eigendom.
Puntenwaardering van de woning conform het
Woningwaarderingsstelsel (niet voor vrijesectorwoningen).
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u de
gemeente bezoeken of schriftelijk, telefonisch en via e-mail
benaderen. U vindt deze gegevens onder
Contact.
Voor het aanvragen van een vergunning kunt u gebruik
maken van het
aanvraagformulier.