Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Hierin is geregeld hoe het Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen vastleggen hoe Nederland er nu en in de toekomst uitziet. De Wro bepaalt hoe we deze plannen moeten maken en hoe we ze kunnen wijzigen. Het regelt daarbij de overheidstaken en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen. De Wet ruimtelijke ordening geldt niet alleen als wettelijk kader voor overheden, maar ook als houvast voor burgers. Als burger kunt u bijvoorbeeld bezwaren uiten bij een wijziging van een bestemmingsplan. U kunt ook een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan indienen.
Principeverzoek
Wellicht bent u op de hoogte van de werking van bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan geeft regels met betrekking tot het gebruik, bebouwingsregels en aanlegregels. Indien u plannen heeft die niet in het bestemmingsplan passen, -zoals bijvoorbeeld het vestigen van een bedrif op een nu nog lege kavel, of het veranderen van een (voormalig) agrarisch bedrijf- kunt u de gemeente verzoeken een principestandpunt in te nemen om door middel van een ruimtelijke procedure medewerking te verlenen aan uw plannen. Er zal een eerste inschatting worden gedaan of de ontwikkeling mogelijk gemaakt kan worden middels een ruimtelijke procedure. Het plan wordt beoordeeld op grond van het meest recente gemeentelijk-, provinciaal- en rijksbeleid. Daarnaast zal in kaart worden gebracht welke aanverwante aspecten een rol spelen, zoals ecologische waarden, verkeer, archeologie, cultuurhistorie, etc. Aan de hand van deze verkenning en de toets aan het meest recente beleid, zal een inschatting van de haalbaarheid van het plan worden gemaakt. Het college van B&W zal dan een principestandpunt innemen of een ruimtelijke procedure gevolgd kan worden en welke ruimtelijke procedure gevolgd moet worden. Voor een principeverzoek wordt € 332,-- (tarief 2011) aan leges berekend, deze kosten worden in mindering gebracht als met het principeverzoek wordt ingestemd.