Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Wonen en leven   Bestemmingsplannen   Hoe werkt het?   Ruimtelijke procedures

Ruimtelijke procedures

Indien een bepaalde ontwikkeling niet in een bestemmingsplan past zal er beoordeeld worden of een dergelijke plan doorgang kan vinden middels een ruimtelijke procedure en ook welke ruimtelijke procedure van toepassing is op de gewenste ontwikkeling. Dergelijke ruimtelijke procedures worden met name gevolgd voor bouwaanvragen die niet in het bestemmingsplan passen, bepaald gebruik dat niet bestemd is, maar ook compleet nieuwe initiatieven zijn hier aan de orde. Daarnaast wordt hier ook iets gezegd over de aanlegvergunning.


Indien u plannen heeft die niet in het bestemmingsplan passen raden wij u aan een principeverzoek in te dienen. Het college zal dan een principestandpunt innemen wat betreft uw verzoek. Meer over het principeverzoek en de eisen die aan een dergelijke aanvraag worden gesteld leest u onder 'Principeverzoek'. 

Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) van kracht geworden. Deze wet vervangt de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Zowel onder de oude WRO als de nieuwe Wro is het mogelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Onder de oude wet kon vrijstelling verleend worden van het bestemmingsplan na het doorlopen van de wettelijke procedure: de zogenaamde binnenplanse, tijdelijke en artikel 19 vrijstellingen. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening kent ook een aantal ruimtelijke procedures om van bestemmingsplannen af te wijken. Hier vindt u een korte omschrijving van de verschillende procedures. Bij de beoordeling van een aanvraag zal bepaald worden welke procedure eventueel gevolgd kan worden. U kunt dan contact opnemen met de behandelaar van uw aanvraag voor uitgebreide informatie wat betreft de te volgen ruimtelijke procedure.

 

Hieronder wordt kort omschreven welke ruimtelijke procedures van toepassing kunnen zijn:

  • Binnenplanse ontheffing
    De zogenaamde binnenplanse ontheffing is een ontheffingsmogelijkheid die in het van toepassing zijnde bestemmingsplan zelf opgenomen is. Het bestemmingsplan zelf geeft de regels aan om via een dergelijke ontheffing van het bestemmingsplan af te wijken.
  • Wijzigingsplan
    Ook kan het in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen zijn. Binnen de bij het bestemmingsplan te bepalen grenzen kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen. Ook hier vindt u de regels om met een wijzigingsplan een ontwikkeling mogelijk te maken terug in het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheid dient te worden begrensd en kan niet leiden tot een ingrijpende verandering in de structuur van een plan of plangedeelte.
  • Uitwerkingsplan
    Bij het bestemmingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van de bij het plan aangegeven regels het plan of een gedeelte van het plan moeten uitwerken. Voor het uitwerkingsplan geldt een totstandkomingsprocedure die eenvoudiger en lichter is dan die van het bestemmingsplan zelf, die vergelijkbaar is met die van een wijzigingsplan. De uitwerkingsbevoegdheid wordt met name in bestemmingsplannen opgenomen om flexibiliteit te creëren door middel van het geven van een globale bestemming. De regels van de globale bestemming kunnen dan in een uitwerkingsplan op een later tijdstip meer gedetailleerd worden uitgewerkt.
  • Buitenplanse ontheffing
    Indien een ruimtelijke ontwikkeling niet in het bestemmingsplan past en het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt om met bijvoorbeeld een binnenplanse ontheffing de ontwikkeling mogelijk te maken, zal er beoordeeld worden of het wenselijk en mogelijk is om met een zogenaamde buitenplanse ontheffing medewerking te verlenen aan het plan. In het Besluit ruimtelijke ordening staan de situaties beschreven wanneer burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kunnen maken.
  • Tijdelijke ontheffing
    Er zijn ook situaties denkbaar dat een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling een tijdelijke aard heeft. Bijvoorbeeld gedurende de verbouwing van een woning wilt u tijdelijk in een woonkeet wonen. Dergelijke tijdelijke situaties zijn vaak niet op grond van het bestemmingsplan mogelijk. Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op een dergelijke voorziening in een tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn (maximaal vijf jaar) ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Na het verstrijken van de termijn van de tijdelijke ontheffing zal de strijdige situatie in oorspronkelijke toestand moeten herstellen of in overeenstemming brengen met het bestemmingsplan.
  • Projectbesluit 
    Op grond van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening had de gemeente een aantal vrijstellingsinstrumenten om van het bestemmingsplan vrijstelling te verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dergelijke artikel 19 lid 1 en 2 WRO vrijstellingen dienden voorzien te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Per 1 juli 2009 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening van kracht geworden. Deze nieuwe wet kent dergelijke instrumenten niet. Wel is een nieuw instrument teruggekomen: het projectbesluit. Het projectbesluit wordt gezien als een besluit vooruitlopend op een nog te ontwikkelen bestemmingsplan. In principe dient een projectbesluit binnen een jaar opgevolgd te worden door een bestemmingsplan. Qua inhoud en procedure lijkt het projectbesluit sterk op een bestemmingsplanprocedure. Er zullen slechts weinig situaties denkbaar zijn die aanleiding vormen tot het nemen van een dergelijk projectbesluit. Te denken valt aan een sterk gefaseerd en omvangrijk traject.
  • Bestemmingsplan 
    Het bestemmingsplan is het belangrijkste planologische instrument die voor zowel de overheid als de burger een juridisch bindende werking heeft. Indien er ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden die de structurele opzet van het van toepassing zijnde bestemmingsplan aantasten is een (partiële/gedeeltelijke) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Meer informatie vindt u onder bestemmingsplannen.
  • Aanlegvergunning 
    Om te voorkomen dat in een bestemmingsplan begrepen gronden minder geschikt worden voor de verwezenlijking van de gegeven bestemming, dan wel het handhaven en beschermen van de verwezenlijkte bestemming, kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het verboden is om binnen een bij het plan aangegeven gebied zonder of in afwijking van een vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren. U vindt meer informatie over de aanvraag van de aanlegvergunning in de digitale balie onder 'Aanlegvergunning'.
  • Planschade 
    Op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft een belanghebbende de mogelijkheid om van de gemeente een tegemoetkoming in planschade te krijgen voor de schade als gevolg van een bestemmingsplan of een soortgelijke planologische maatregel. Planschade moet rechtstreeks verband houden met de planologische maatregel. De voorzienbaarheid van bepaalde ontwikkelingen en het daarop gebaseerd bekendgemaakt beleid, speelt een belangrijke rol bij de toekenning van een schadebedrag. Ook kan het voorkomen dat een planologische verandering in de normale lijn der verwachtingen ligt. Deze schade behoort dan tot het maatschappelijk risico. Meer over het aanvragen vindt u in de Digitale Balie onder 'Bestemmingsplan, tegemoetkoming in schade'.
 

Uitgelicht


Zoeken