Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Wonen en leven   Bouwen en slopen   Besluit Bodemkwaliteit

Besluit Bodemkwaliteit

Sinds 1 juli 2008 is het Besluit Bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit is opgesteld om de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater te beschermen, maar ook om hergebruik van bouwmaterialen te bevorderen. Het Besluit Bodemkwaliteit regelt onder welke voorwaarden grond en steenachtige bouwmaterialen mogen worden toegepast. De gemeente is het bevoegd gezag inzake het Besluit Bodemkwaliteit.

 

Melden van toepassing

Het Besluit bodemkwaliteit is niet uitsluitend gericht op de toepassing van grond en bouwstoffen, maar ook op de productie, het vervoer en tussentijdse opslag.  Het toepassen van grond, baggerspecie en IBC-bouwstoffen (bouwstoffen die niet aan de standaard producteisen voldoen) moet in de meeste gevallen gemeld worden via het meldpunt bodemkwaliteit op de website van het ministerie van VROM.

 

Van daaruit komt de melding direct bij het juiste bevoegd gezag terecht: de gemeente bij toepassing op het land en de waterkwaliteitsbeheerder bij toepassing in oppervlaktewater. In Westerveld is dat waterschap Reest en Wieden. Ook voor de eventuele aanvraag van een vergunning op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater moet u bij het waterschap zijn. U kunt daarvoor naar de website van het waterschap Reest en Wieden.

 

Het Besluit is ingedeeld in hoofdstukken de Belangrijkste onderwerpen hierin zijn:

·          Kwalibo

·          Bouwstoffen

·          Grond en bagger

·         Bodemfunctieklassenkaart Westerveld

·          Bodemkwaliteitskaart Dwingelderveld

 

Kwalibo

Om de kwaliteit van uitvoering beter te waarborgen, stelt het Besluit bodemkwaliteit ondermeer eisen aan de uitvoerders van bodemwerkzaamheden. Bepaalde werkzaamheden, zoals het uitvoeren van een bodemonderzoek of een bodemsanering, mogen alleen door erkende personen en bedrijven worden uitgevoerd. Opdrachtgevers moeten hier rekening mee houden, omdat een rapportage voor onderzoek of sanering anders niet in behandeling wordt genomen bij de beoordelende overheidsinstantie. Het inschakelen van een erkend bedrijf of persoon garandeert naast een bepaalde kwaliteit ook dat het bedrijf onafhankelijk is van de opdrachtgever en geen belang heeft bij de uitkomst van een onderzoek of sanering. Lijsten met erkende bedrijven en personen vindt u op de site van Bodemplus. 
Over de achtergronden en de wettelijke tekst van het Besluit bodemkwaliteit vindt u meer informatie op de website van het ministerie van VROM. Meer uitvoeringsgerichte informatie en lijsten met erkende bedrijven en personen vindt u op de website bodemplus. Natuurlijk kunt u ook contact opnemen met de bodemmedewerkers van de gemeente Westerveld, 0521 - 349 349.

 

Bouwstoffen

Het Besluit bodemkwaliteit stelt producteisen aan de samenstellings- en emissiewaarden van steenachtige bouwstoffen (niet zijnde grond en baggerspecie) waaraan in de gehele bouwstofketen moet worden voldaan. Dit betekent dat de verschillende doelgroepen in de bouwstofketen elk op zich verantwoordelijk zijn voor de milieuhygiënische kwaliteit van de bouwstof. Dit is een verruiming van de werkingssfeer ten opzichte van het Bouwstoffenbesluit dat alleen was gericht op de fase van toepassing.

Bouwstoffen mogen worden toegepast in nuttige werken, zoals gebouwen, wegen en bruggen. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen. Het is niet de bedoeling om toepassingen te bedenken om van een bouwstof af te komen, het Besluit wil immers hergebruik stimuleren om het gebruik van primaire materialen te voorkomen. Daarom mogen bouwstoffen alleen in een functioneel werk worden toegepast. 
Bouwstoffen moeten voldoen aan maximale emissiewaarden en samenstellingswaarden. Voldoen ze daar aan dan mogen ze gewoon in de bodem worden toegepast. Voldoet de bouwstof niet aan deze waarden, dan is er sprake van een afvalstof. Door breken, zeven, scheiden of reinigen kan een deel van deze ‘afvalstof’ mogelijk alsnog voldoen aan de waarden die aan bouwstoffen worden gesteld.

Er zijn 3 categorieën bouwstoffen:

  • vormgegeven bouwstoffen
  • niet vormgegeven bouwstoffen zonder IBC-maatregelen
  • niet-vormgegeven bouwstoffen met IBC-maatregelen, de IBC-bouwstoffen         

     

Kwaliteit bepalen
Van alle bouwstoffen moet worden aangetoond dat ze voldoen aan de normen die daarvoor gesteld zijn. Dit moet worden aangetoond met een milieuhygiënische verklaringen en een afleveringsbon. Op de milieuhygiënische verklaring staat de kwaliteit van de partij bouwstoffen aangegeven. 

Toepassen van bouwstoffen mag onder de volgende voorwaarden:

 

  • Bouwstoffen mogen alleen worden toegepast in ‘werken’. Dit zijn functionele, nuttige toepassingen van bouwstoffen, zoals gebouwen, (spoor)wegen, bruggen, geluidswallen en dijken.
  • Bovendien mag niet een grotere (of kleinere) hoeveelheid bouwstoffen worden toegepast dan voor de functie noodzakelijk is. Anders is sprake van het ontdoen van afvalstoffen.

  • Bouwstoffen moeten terugneembaar worden toegepast en de bouwstoffen moeten worden verwijderd wanneer een werk zijn functie verliest.
  • De kwaliteit van de toe te passen bouwstoffen moet voldoen aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.        

     

Voor IBC-bouwstoffen gelden aanvullende voorwaarden: 

  • IBC-bouwstoffen mogen nooit in oppervlaktewater worden toegepast.
  • IBC-bouwstoffen moeten tenminste 1 maand voor de toepassing worden gemeld.
  • IBC-bouwstoffen mogen alleen worden toegepast met isolatie-, beheers- en controle- (IBC)maatregelen.                                   

     

IBC-maatregelen
De IBC-maatregelen houden onder andere het volgende in:

  • Het ontwerp van het werk waarin de IBC-bouwstoffen worden toegepast moet zijn uitgewerkt en goedgekeurd door een daarvoor erkende instantie. 
  • Vanwege de beheersbaarheid moet minimaal 5.000 m3 in een aaneengesloten, herkenbaar geheel worden toegepast. Hierbij is het wel toegestaan dat een ophoging wordt onderbroken door bijvoorbeeld een viaduct.
  • De bovenzijde en zijkanten van een IBC-bouwstof moet worden voorzien van een isolerende voorziening.
  • De onderzijde van de toe te passen IBC-bouwstof moet minimaal 0,5 meter boven het ontwerppeil van het grondwater liggen. Als standaard is hiervoor het niveau van het maaiveld
    aangehouden.
  • Er moet controle en onderhoud plaatsvinden om de kwaliteit van de isolatie op peil te houden.                                   

 

Grond en baggerspecie

Ter bescherming van bodem en oppervlaktewater stelt het Besluit bodemkwaliteit regels aan het opslaan en toepassen van grond en baggerspecie.

 

Er gelden normen voor het toepassen van grond en baggerspecie. Deze normen zijn gebaseerd op een risicobenadering. Hierdoor gelden voor situaties met een klein risico, weinig regels en soepele normen. Voor situaties met een hoog risico gelden strengere normen en meer regels. Het Besluit bodemkwaliteit kent de volgende normen:

  • De achtergrondwaarde: als de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie voldoet aan de achtergrondwaarde, is deze voor wat betreft de chemische kwaliteit altijd vrij toepaspaar.
  • Maximale waarden: als een partij grond de achtergrondwaarde overschrijdt, is sprake van een lichte tot matige verontreiniging. De partij mag worden toegepast zolang de  maximale waarde niet wordt overschreden. Deze maximale waarde hangt af van de functie van het terrein waar de partij wordt toegepast.
  • De Interventiewaarde: er is sprake van een onaanvaardbaar risico. Bij overschrijding van de interventiewaarde mag een partij grond of baggerspecie daarom nooit worden toegepast.

 

De concentraties voor maximale waarde voor de functies 'wonen' en 'industrie' zijn landelijk vastgesteld. Bij concentraties tussen de achtergrondwaarde en de maximale waarde kan een gemeente voor bepaalde gebieden echter kiezen voor lokale maximale waarden en dus afwijken van het landelijke (generieke) beleid. We spreken dan van gebiedsspecifiek beleid. Dit kan zowel strenger als soepeler zijn dan het landelijke beleid. Voor gemeente Westerveld geldt het generieke beleid.

 

Bodemfunctieklassenkaart

Op de bodemfunctieklassenkaart is aangegeven welke soort grond mag worden toegepast (ingedeeld naar kwaliteit; achtergrondwaarde, wonen of industrie).

 

De Wet bodembescherming kent echter het stand-still principe. Dit betekent dat de bodem niet meer vervuild mag worden als deze al is. Leidend hierbij is dus de daadwerkelijke kwaliteit van de bodem op de locatie waar men grond wil toepassen. Indien men (licht) verontreinigde grond wil toepassen, moet eerst gekeken worden naar de functieklassen kaart, als de partij voldoet aan de op de locatie geldende bodemfunctieklasse, moet vervolgens de grond op de locatie worden onderzocht met een bodemonderzoek. Indien de bodem minder verontreinigd is als de toe te passen partij grond (ook als dit op basis van de bodemfunctieklassenkaart wel is toegestaan) mag men de partij grond hier niet toepassen.

 

Het toepassen van schone grond moet gemeld worden vanaf een totale hoeveelheid van 50 m3 of meer.  Het toepassen van (licht)verontreinigde grond moet altijd gemeld worden. Agrariërs hoeven niet te melden of te keuren indien men grond van het ene landbouw perceel naar het andere landbouw perceel versleept. Het moet dan wel om de eigen landbouwpercelen gaan.
Schakelt u als particulier een bedrijf in, bijvoorbeeld een aannemer,dan moet u de toepassing melden en een kwaliteitsverklaring van de grond kunnen overleggen.

 

Kwaliteitsverklaringen voor grond en baggerspecie 

Het Besluit kent de volgende kwaliteitsverklaringen:

·         Een partijkeuring, conform Ap04

·         Een erkende kwaliteitsverklaring

·         Een fabrikanteigenverklaring

·         Een (water)bodemonderzoek, dat aan specifieke eisen voldoet

·         Een (water)bodemkwaliteitskaart

 

Als u niet zeker weet wanneer u met welke kwaliteitsverklaring kunt volstaan, adviseren wij u hierover contact op te nemen met een van de bodemmedewerkers.

 

Bodemkwaliteitskaart Dwingelderveld

Voor het gebied van en rondom het Dwingelderveld is een Bodemkwaliteitskaart opgesteld. De kwaliteit ter plekke is door middel van steekproeven onderzocht en de onderzochte kwaliteit is met deze kaart vastgelegd (toepassingskaart). Dit betekent dat grondverzet in en vanuit dit gebied binnen kan plaatsvinden met gebruikmaking van deze kaart als milieuhygiënische kwaliteitsverklaring. De kaart is vastgesteld in de gemeenten Westerveld, De Wolden en Midden Drenthe en kan hier als milieuhygiënische kwaliteitsverklaring worden gebruikt. De bodemkwaliteitskaart is alleen van toepassing op de bovenste grondlaag van 50 cm.

Grondverzet moet aan een aantal regels voldoen en er moet minimaal 5 dagen voor toepassing of opslag gemeld worden op http://www.meldgrond.nl/. Wegen, verhardingen, bekende verontreinigingen en (zintuigelijke) verontreinigingen die tijdens werkzaamheden worden aangetroffen maken geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Hier moet dus apart onderzoek voor plaats vinden.

In het bijbehorende bodembeheersplan en bodemkwaliteitskaart staat aangegeven waaraan het grondverzet moet voldoen om de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel te mogen gebruiken.

-          bodembeheersplan deel 1

-          bodembeheersplan deel 2

-          Toepassingskaart


Uitgelicht


Zoeken