Jaarrekening 2018 en Voorjaarsrapportage 2019 aangeboden aan gemeenteraad

Het college van B&W heeft de Jaarrekening 2018 en de Voorjaarsrapportage 2019 aan de gemeenteraad aangeboden. Het financiële jaar 2018 is afgesloten met een tekort van ongeveer € 2,3 miljoen. De doorrekening voor de komende jaren laten tekorten zien, als er nu geen maatregelen worden genomen. Het college stelt in de voorjaarsnota 2019 een aantal ombuigingen voor, om nu en in de toekomst investeringen te kunnen doen.

Het college stelt in de Voorjaarsrapportage 2019 een aantal maatregelen voor aan de gemeenteraad, waarmee de uitgaven minder snel stijgen en de inkomsten iets groeien. Het tekort van 2018 kan door de algemene reserve opgevangen worden.

Tekort 2018

Het financieel resultaat van het boekjaar 2018 valt lager uit dan verwacht werd in de Najaars-rapportage (oktober 2018). Door een onvoorziene toename van de uitgaven voor jeugd en Wmo (zorgbeleid) in het vierde kwartaal van 2018 is er een nadelig resultaat ontstaan van ruim € 1 miljoen op het Sociaal domein. Daarbij gaat het zowel om een toename in aantal zorgvragen als in zorgzwaarte. Voor de Wmo geldt daarbij dat er een toename van de zorg is ontstaan nadat het Rijk de inkomensgerelateerde eigen bijdrage heeft vervangen door een abonnementstarief. De drempel om een aanvraag in te dienen is verdwenen zonder dat het Rijk voor de toegenomen zorgvraag financiële compensatie aan de gemeenten heeft gegeven.

De totale uitgaven voor het Sociaal domein zijn daarmee € 2,8 miljoen hoger dan het bedrag dat Westerveld van het Rijk krijgt voor het Sociaal domein. Hierin is Westerveld niet uniek: (vrijwel) alle gemeenten geven aan dat de (relatief) nieuwe taken op het gebied van Jeugdzorg en de Wmo veel meer geld kosten dan dat er voor ontvangen wordt vanuit het Rijk. Ook in Westerveld worden die tekorten binnen het Sociaal domein al drie jaar uit eigen middelen gefinancierd. Bij eigen middelen kan gedacht worden aan OZB-inkomsten en dividenduitkeringen.

In de achterliggende periode hebben gemeenten op diverse manieren – waaronder via de VNG en de P10 – in ‘Den Haag’ de noodklok geluid over de stijgende uitgaven en de tekorten binnen het Sociaal domein. Ondanks dat er geluiden zijn dat er meer geld beschikbaar gesteld wordt voor onder andere Jeugdzorg, is daarover nog geen akkoord gesloten. Ook is de verwachting dat áls er meer geld voor het Sociaal domein komt, dit waarschijnlijk nog altijd onvoldoende is om alle kosten te dekken. Naast geld dat speciaal bedoeld is voor een bepaalde taak (bijvoorbeeld jeugdzorg) ontvangt de gemeente een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De verwachting is, dat deze algemene uitkering daalt volgens het principe ‘gelijk trap op, trap af’. Dat principe houdt concreet in dat wanneer het Rijk minder uitgeeft – bijvoorbeeld aan defensie, infrastructuur of het verstrekken van subsidies voor duurzame ontwikkelingen – gemeenten óók minder geld krijgen.

Daarnaast zorgt het treffen van voorzieningen voor oud-bestuurders voor wachtgeld en pensioenen (tot een bedrag van eenmalig maximaal € 1,4 miljoen) voor het tekort.

Voorjaarsrapportage

De Voorjaarsrapportage heeft een open karakter: om grip te houden op de uitgaven én om de verwachte tekorten om te buigen, biedt het college een aantal mogelijkheden aan. De raad kan zelf de voorkeur voor andere oplossingen uitspreken in de raadsvergadering. De keuzes worden vervolgens nader uitgewerkt in de begroting 2020 (die eind oktober 2019 wordt behandeld). De ombuigingsmogelijkheden die het college aan de raad voorlegt, zijn:

  • herstructureren van de zorg en met minder middelen toch effectieve zorg blijven bieden aan inwoners die dat echt nodig hebben;
  • uitsmeren van de uitgaven in het zogeheten fysieke domein over een langere periode. Dat betekent concreet dat het tempo waarin werkzaamheden in de openbare ruimte uitgevoerd worden (aan onder andere wegen en groen), niet omhoog kan;
  • verhogen van de OZB en tegelijk verlagen van de rioolheffing. Dit betekent per saldo voor een huishouden, een verhoging van € 43,- op jaarbasis;
  • verhoging van de toeristenbelasting van € 1,10 per persoon per nacht naar € 1,50. Tegelijk stelt het college géén bezuinigingen voor op plannen die effect hebben op de recreatie- en toerismesector. Met andere woorden: ook na verhoging van de toeristenbelasting blijven de gemeentelijke investeringen in de recreatief-toeristische voorzieningen hoger dan de inkomsten van toeristenbelasting.  

Investeringen

De Voorjaarsrapportage die het college heeft aangeboden heeft dus een iets andere opzet: in financieel goede tijden wordt in een Voorjaarsrapportage (vroeger: Perspectiefnota) vooral gesproken over ambities en nieuwe projecten en investeringen. Dit jaar bevat het document vooral mogelijkheden om het tekort terug te dringen. Concrete grote investeringen die voorgesteld worden: € 100.000,- voor de uitvoering van de tweede fase van het wandelknooppuntennetwerk (Drents-Friese Wold en Diever) en voor een buitengewone leerstoel cultureel erfgoed & maatschappelijke ontwikkeling (revitalisering sociale gedachte Maatschappij van Weldadigheid) € 50.000 per jaar voor de looptijd van vijf jaar.
Het tempo waarmee de werkzaamheden in de openbare ruimte worden uitgevoerd worden in milde mate opgeschroefd. Er wordt daarmee blijvend gewerkt aan ‘de wegen en het groen’. Er wordt voorgesteld om hiervoor ruim € 600.000,- per jaar extra aan onderhouds- en beheerkosten beschikbaar te stellen.

Bespreking en besluitvorming

De behandeling van de Jaarrekening 2018 is gepland in de raadsvergadering van dinsdag 2 juli aanstaande en de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2019 een week later, in de raadsvergadering van 9 juli. De stukken zijn te downloaden in de vergaderkalender op iBabs Online.

Twee in een reeks van vier

Met het toesturen van de Jaarrekening en de Voorjaarsrapportage 2019 zijn twee financiële stukken in een reeks van vier ‘opgeleverd’. Een financiële cyclus bij de gemeente bestaat uit:

  • een Voorjaarsrapportage (juni/juli) – voorstellen voor de komende tijd (in goede tijden staan in een Voorjaarsrapportage de ambities en nieuwe projecten verwoord)
  • een Programmabegroting (oktober/november) – financiële vertaling van wat afgesproken is in de vastgestelde Voorjaarsrapportage
  • een Najaarsrapportage (oktober/november) – tussenstand van de realisatie, een ‘voortgangsrapportage’
  • een Jaarrekening en Jaarverslag (mei/juni) – resultaat en verantwoording (en afsluiting van het boekjaar).