Toespraak 4 mei 2019

Op zaterdagavond 4 mei 2019 waren er op meerdere plaatsen in Westerveld, dodenherdenkingen waarbij namens het gemeentebestuur een toespraak is gehouden.

De tekst van de toespraak (die uitgesproken op detailniveau, op de verschillende locaties iets anders geweest kan zijn):

Het is dit jaar 74 jaar geleden dat er in Nederland vrijheid terugkwam na vijf jaar Tweede Wereldoorlog. Volgend jaar is het een jubileumjaar – 75 jaar vrijheid – en zal er waarschijnlijk nóg meer dan dit jaar aandacht zijn voor het moment waarop de Sherman-tanks, Willy-jeeps en Liberator-motoren van de geallieerden door de Nederlandse straten reden. Samen met het vieren van de vrijheid, herdenken we óók, want het vieren van onze vrijheid is niet los te zien van de gruwelijke jaren die daaraan vooraf gingen: de 5-mei-viering en de 4-mei-herdenking zijn met elkaar verstrengeld.

Ondanks dat in Nederland de Tweede Wereldoorlog 79 jaar geleden begon en 74 jaar geleden eindigde, lijkt de aandacht voor die bezettingstijd – en dat mogen we als bemoedigend beschouwen – niet te slijten. De herdenkingscentra worden nog steeds bezocht, er wordt deelgenomen aan excursies, er worden nog steeds nieuwe monumenten opgericht en geadopteerd, velen bezoeken een herdenking als deze én er verschijnen nog regelmatig nieuwe documentaires en boeken.

Zo verscheen onlangs het boek ‘Zo, ben jij er ook nog?’ waarin de Rotterdamse Roos, een indrukwekkend verhaal vertelt.
Ze is 9 jaar wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. In juni 1941 wordt haar vader opgepakt en in oktober 1942 haar moeder. Dan staan de inmiddels 10-jarige Roos en haar twee zusjes van 9 en 6 jaar er vrijwel alleen voor.
Met zijn drieën blijven ze in het huis achter en in het begin krijgen ze wat eten van de bovenburen, en ook de kruideniersvrouw is goed voor hen. Maar dan komt de hongerwinter zonder eten én zonder brandstof. Een ‘gewone’ dag van de drie zusjes bestaat uit: slapen in één bed zodat ze elkaar een beetje warm kunnen houden, een wandeling naar de gaarkeuken én daarna maar weer terug in bed. Ze hebben inmiddels dikke buikjes van de honger, door ondervoeding. Uiteindelijk bedenken de meisjes dat ze misschien naar tante Bets kunnen: ze volgen het spoor van de stoomtram en vinden het huis van hun tante. De drie meiden verblijven bij tante en opa tot moeder na de Tweede Wereldoorlog terugkeert.
Wanneer moeder haar oudste dochter Roos voor het eerst weer ziet zegt ze: “Zo, ben jij er ook nog?” We kunnen ons allemaal een warmer weerzien voorstellen.

Een gebeurtenis dat zich tientallen jaren geleden afgespeeld heeft en nu voor altijd goed bewaard blijft omdat het verhaal van Roos en haar zusjes Magda en Clara aan het papier toevertrouwd is.
Dit verhaal is opgeschreven en gepubliceerd, maar het is niet het enige verhaal.
Het staat ook niet op zichzelf: er zijn wereldwijd héél veel vergelijkbare verhalen van kinderen die hun ouders verliezen door oorlogsgeweld. Of ze verliezen elkaar uit het oog óf ze verliezen elkaar definitief omdat de ouders omkomen.
Inééns staan de kinderen er alleen voor,
inééns moeten ze leven, denken, zorgen, praten en doen als volwassenen,
ineens zijn ze geen kind meer.

Bij iedere 4-mei-herdenking, óók nu, zie ik heel veel kinderen en jongeren voor mij.
En jullie zijn natuurlijk allemaal al heel groot, en stoer en sterk!
Jullie weten en vinden ook vast al heel veel: wat je mooi vindt, wat je leuk vindt om te doen, misschien welk beroep je later wilt kiezen. En je vindt ook vast heel veel dingen stom of vervelend. Dat mag ook.
Maar ik hoop één ding: dat jullie allemaal lieve mensen om jullie hebben die er voor jullie zijn. Die voor jullie zorgen, jullie helpen en ondersteunen. Dat er mensen zijn die aan jullie vragen: wat vind je mooi? wat vind je leuk? Wat zou je willen doen?
Maar ook dat ze vragen: wat vind je stom of vervelend, en waarom?
En ik hoop vooral dat er lieve mensen naar jullie luisteren!
En dat er nooit tegen jullie wordt gezegd: Zo, ben jij er ook nog?

Dit naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog.
Maar: we zijn hier vanavond bijeen om de slachtoffers van al het oorlogsgeweld te herdenken. Niet alleen de burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden, tijdens de Tweede Wereldoorlog, het leven lieten. Wij herdenken allen die, waar ook ter wereld omgekomen zijn sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties én bij vredesmissies.

Helaas kennen we allemaal die situaties.

  • Sommigen van heel dichtbij als getuige van de Tweede Wereldoorlog of de oorlog in de overzeese gebieden;
  • misschien zijn er onder u nieuwe Nederlanders die gevlucht zijn voor oorlog en geweld elders;
  • misschien bent u kind of kleinkind van een getuige van de oorlog en heeft u de verhalen van uw vader, moeder, opa of oma gehoord. Of juist niet: werd er gezwegen over wat zij hadden meegemaakt en voelt u tot op de dag van vandaag dat zij een oorlog met zich meedroegen;
  • wellicht is er onder u een veteraan die uitgezonden is geweest naar bijvoorbeeld Afghanistan, Irak, Libanon of voormalig Joegoslavië.

Wat we allemaal kennen en herkennen zijn de beelden die nog steeds, dagelijks, tot ons komen van misstanden, oorlogsgeweld en onderdrukking. Enerzijds zouden we de beelden niet willen laten doordringen in ons huis en in ons hoofd, omdat ze zo verschrikkelijk zijn. We zouden onszelf en onze dierbaren willen afschermen en willen beschermen tegen misstanden. Maar anderzijds moeten we ze goed in ons blijven opnemen om niet ‘afgestompt’ te raken en om te beseffen dat we dit niet willen!
Niet voor onszelf,
niet voor anderen,
niet nu.
en óók niet in de toekomst.
Het verleden kunnen we niet meer veranderen, maar de beelden van het heden én die van de toekomst hebben we wél in eigen hand!