Ruimtelijke procedures

Als een bepaalde ontwikkeling niet in een bestemmingsplan past, wordt beoordeeld of het via een ruimtelijke procedure kan plaatsvinden.

Een ruimtelijke procedure wordt met name gevolgd voor:

  • aanvragen omgevingsvergunning die niet in het bestemmingsplan passen,
  • bepaald gebruik dat niet bestemd is,
  • compleet nieuwe initiatieven.

Principeverzoek indienen

Als u plannen heeft die niet in het bestemmingsplan passen, kunt u een principeverzoek indienen. Het college van B&W zal dan een principestandpunt innemen over uw verzoek.

Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent een aantal ruimtelijke procedures om van bestemmingsplannen af te wijken. Bij de beoordeling van een aanvraag bepaalt de gemeente welke procedure gevolgd kan worden. U kunt contact opnemen met de behandelaar van uw aanvraag voor informatie over de te volgen ruimtelijke procedure.

Mogelijke ruimtelijke procedures

Binnenplanse afwijking

In de regels van het bestemmingsplan zelf staat waarvoor, op welke manier en tot welke grenzen de gemeente kan afwijken van het bestemmingsplan. Dit heet een binnenplanse afwijking.

Wijzigingsplan

In een bestemmingsplan kan ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen zijn. Burgemeester en wethouders kunnen dan binnen bepaalde grenzen het plan wijzigen. Ook vindt u de regels om met een wijzigingsplan een ontwikkeling mogelijk te maken in het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheid moet begrensd worden en kan niet leiden tot een ingrijpende verandering in de structuur van een plan of plangedeelte.

Uitwerkingsplan

Bij het bestemmingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders (een gedeelte van) het plan moeten uitwerken, waarbij rekening gehouden moet worden met de regels die in het plan staan. Voor het uitwerkingsplan geldt een totstandkomingsprocedure die eenvoudiger en lichter is dan die van het bestemmingsplan zelf. Dit is vergelijkbaar met die van een wijzigingsplan.

De uitwerkingsbevoegdheid wordt met name in bestemmingsplannen opgenomen om flexibiliteit te creëren door middel van het geven van een globale bestemming. De regels van de globale bestemming kunnen dan in een uitwerkingsplan op een later tijdstip gedetailleerder worden uitgewerkt.

Buitenplanse afwijking

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet in het bestemmingsplan past en het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt om deze ontwikkeling mogelijk te maken, beoordeelt de gemeente of het wenselijk en mogelijk is om met een buitenplanse ontheffing medewerking te verlenen aan het plan. In het Besluit omgevingsrecht staan de situaties waarin burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid gebruik kunnen maken.

Tijdelijke afwijking

Er zijn ook situaties waarin een ruimtelijke ontwikkeling tijdelijk is. U wilt bijvoorbeeld tijdens de verbouw of nieuwbouw van een woning tijdelijk in een noodwoning of woonkeet wonen of u wilt iets anders wat betreft gebruik wat tijdelijk zou kunnen zijn. Zulke tijdelijke situaties zijn vaak niet mogelijk op grond van het bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen dan voor maximaal 10 jaar ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Na deze termijn, moet u de strijdige situatie in oorspronkelijke toestand herstellen of in overeenstemming brengen met het bestemmingsplan.

Projectbesluit

Als niet kan worden afgeweken binnen het bestemmingsplan of binnen het Besluit omgevingsrecht is een projectbesluit mogelijk. Qua inhoud en procedure lijkt het projectbesluit op een bestemmingsplanprocedure. Dit kan bijvoorbeeld worden toegepast bij een omvangrijk project of een (omvangrijke) wijziging van het gebruik van gebouwen en/of gronden.

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is het belangrijkste planologische instrument dat voor zowel de overheid als de burger een juridisch bindende werking heeft. Als er ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden die de structurele opzet van het geldende bestemmingsplan aantasten, is een (partiële of gedeeltelijke) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Omgevingsvergunning aanleg

Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat het verboden is om binnen een bepaald gebied zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bepaalde werken (niet bouwwerken) of werkzaamheden uit te voeren. Dit is om te voorkomen dat de gronden in een bestemmingsplan minder geschikt worden voor het verwezenlijken van de bestemming of om de verwezenlijkte bestemming te handhaven en te beschermen. Maar ook bijvoorbeeld voor het kappen van bomen of juist het aanleggen van bossingels kan een omgevingsvergunning nodig zijn.

Planschade

Een belanghebbende kan op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de gemeente een tegemoetkoming in planschade te krijgen voor de schade als gevolg van een bestemmingsplan of een soortgelijke planologische maatregel.